Prensky, M. Computer Games and learning: Digital Game-Based Learning. Hoofdstuk 6, pp. 97-122.
Prensky pleit voor een injectie van digitale leermethoden in het huidige onderwijs systeem omdat de kloof tussen de generatie van de leraar en die van de ‘digital native’, de leerling te groot is geworden. Maar zou het niet beter zijn om eerst, voordat de leermethoden digitaal worden, ook deze leraar digitaal wegwijs te maken? Anders kan de leraar ook geen digitaal onderwijs geven.
Gunter, B. Psychological Effects of Video Games. Hoofdstuk 9, pp. 145-160.
Gunter beschrijft hoe games een therapeutische werking kunnen hebben voor mensen met bepaalde mentale en fysieke stoornissen. Deze kunnen bijvoorbeeld in de hulpverlening worden ingezet, maar creeer je met deze games niet weer nieuwe stoornissen bij mensen die daar al gevoelig voor zijn? Zoals RSI, of sociale stoornissen door het verminderde contact met de hulpverlener, of dat de persoon de echte wereld niet meer van de virtuele kan onderscheiden?
Goldstein, J. Violent Video Games. Hoofdstuk 22, pp. 341-357.
Goldstein gaat in op het debat omtrent geweldadige videogames. Hij heeft hierbij veel kritiek op de methode van bepaalde onderzoeken naar deze games. Is hier wel goed onderzoek naar te doen? Er spelen zo veel factoren een rol, dat het heel erg moeilijk wordt een relatie tussen geweld en videogames aan te tonen.
Kadervraag:
Receptie van videogames is erg belangrijk bij het onderzoek van videogames. Welk effect deze ook mogen hebben, het is duidelijk dat het spelen van games ‘iets’ met een mens doet. Welke specifieke eigenschap van games zorgt daarvoor? Of zijn het slechts ‘bepaalde’ games die echt effect hebben, op welke manier dan ook, op een mens?
dinsdag 9 december 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten